Voortplanting

eksternestTerritorium
Eksters zijn monogame, territoriale vogels. Als een Ekster eenmaal een partner gevonden heeft, vormen ze in principe een paar voor de rest van hun leven. Hun territorium (grootte gemiddeld 5 à 6 hectare) zullen ze dan ook niet meer verlaten. Vanaf het najaar trekken de partners steeds meer met elkaar op en zoeken dan gezamenlijk een nestplaats. Oude nesten worden geïnspecteerd.

Nest
Zodra een geschikte nestplaats is gevonden wordt het nest gebouwd, of een bestaand nest wordt opgeknapt. Dit vindt al vanaf eind januari plaats, en ik heb ze zelfs al in november en december hiermee bezig gezien.
Meestal nestelen ze in (hoge) bomen maar bij gebrek daaraan willen ze ook nog wel eens in laag struikgewas nestelen. Het wordt door beide partners gemaakt van takken en twijgen en de nestkom wordt bekleed met een laag klei of modder en gevoerd met plantenwortels, grassen en haren. In onze streken is het nagenoeg altijd overkoepeld en heeft maar één nestingang. De totale hoogte is ongeveer 70 centimeter en de doorsnee 35-45 centimeter.
Soms hebben Eksters 2 nesten, maar nooit gelijktijdig in gebruik! Het komt voor, dat een oud nest volledig wordt afgebroken, waarbij het “bouwmateriaal” tijdelijk in een andere boom (soms ook in dezelfde boom) wordt opgeslagen. Vervolgens bouwen ze een nieuw nest dat inderdaad wel eens op exact dezelfde plaats komt te zitten dan het oude voordat het werd afgebroken. Daarbij wordt veelvuldig gebruik gemaakt van het opgeslagen bouwmateriaal. “Mijn Eksters” hebben al eens hun nest herbouwd met al het oude nestmateriaal op precies dezelfde locatie. Het jaar daarop hebben ze slechts een gedeelte van het oude materiaal gebruikt om in dezelfde boom een nieuw nest te bouwen. Het lijkt nu alsof er twee nesten naast elkaar zitten, maar het oude wordt dus totaal niet meer gebruikt. Sommige mensen veronderstellen, dat Eksters wel speelnesten of fopnesten hebben (of een buitenverblijf?), maar dat is naar mijn mening zéker niet het geval.
Bij wijze van hoge uitzondering worden ook wel eens minder voor de hand liggende nestplaatsen gekozen, zoals dit voorbeeld laat zien: bijzonder Eksternest op 5 hoog. In dit Eksterterritorium was tot in de verre omgeving geen geschikte nestboom te vinden!

Eierenekstereieren
Vanaf eind maart beginnen de Ekstervrouwtjes eieren te leggen. Een legsel bestaat uit 4-8 ovale eieren (zelden meer of minder) met een grootte van ca. 24 x 33 mm en een gemiddeld gewicht van 9,5 gram. De grondkleur van de eieren is groenblauw. Onderliggende vlekken en spikkels zijn violetachtig, bovenliggende vlekken en spikkels zijn olijf- of grijsbruin. Aan het stompe uiteinde vormen ze vaak een krans. De schaal is dun en glad. Er is slechts één broedsel per jaar, behoudens verstoring. Het wijfje begint vanaf het eerste of tweede ei al te broeden, zeer zelden geholpen door het mannetje. Het mannetje heeft wel als taak om het vrouwtje tijdens het broeden van voedsel te voorzien.

eksterjongenJongen
Na 17-18 dagen komen de jongen uit het ei, ze zijn dan nog blind, kaal en hulpeloos, die de eerste 5-10 dagen nog bebroed worden door het vrouwtje. Het mannetje zorgt voor voedsel voor zowel vrouwtje als jongen. Later worden ze door beide partners verzorgd. Na 21-24 dagen verlaten ze het nest. Ze zijn dan nog niet volledig uitgegroeid, vooral de veren van vleugel en staart bereiken pas hun uiteindelijke lengte in het daaropvolgende jaar. De poten zijn echter wél al volledig “op sterkte”. Dat komt goed van pas bij het voedsel zoeken dat vooral op de grond gebeurt.
Bij het uitkomen wegen ze iets van zeven gram maar als ze 18 dagen oud zijn, is hun gewicht al toegenomen tot 180 gram.

NB: Een eksterkuiken dat in een nest als eerste uit het ei kruipt, is avontuurlijker dan de kuikens die daags erna het levenslicht zien, zéker als het ook nog eens van het vrouwelijk geslacht is. Die zijn in de regel brutaler dan mannelijke eerstgeborenen. Volgens Carl Soulsbury van de University of Lincoln in Groot-Brittannië spelen androgene hormonen hierbij waarschijnlijk een belangrijke rol. Dit hormoon versterkt de mannelijke eigenschappen van een vogel. Het eerste vrouwelijke kuiken uit een eksternest is dus mannelijker dan latere kuikens. Soulsbury vermoedt dat moedervogels actief invloed hebben op de hoeveelheid androgeen hormoon dat in de dooier terecht komt en daarmee een persoonlijke eigenschap aan hun nageslacht kunnen meegeven (uit: Vogels 05/2014).