Geelsnavelkitta

(Urocissa flavirostris) Duitsland  Gelbschnabel-Kitta  Groot brittannië  Yellow-billed Blue Magpie  Frankrijk  Pie bleu à bec jaune
 

Geelsnavelkitta, Urocissa flavirostrisBeschrijving: Zwarte kop, hals en borst. Opvallende witte nekvlek. Witte onderzijde en vaalblauwe vleugels en staart. Staartveren met zwart/witte eindband. De twee middelste veren van de getrapte staart zijn opvallend lang en hebben uitsluitend de witte eindband. Lijkt erg veel op de Roodsnavelkitta maar is door de helder gele kleur van de snavel gemakkelijk te herkennen.
Habitat: Leeft in loof- en gemengde bergbossen en aansluitend struikgewas, theeplantages en cultuurland. Zuidzijde van het Himalayagebied tussen 1600 en 2700 meter. ‘s Winters ook wel lager tot 1000 meter.
Lengte: 61-66 cm. (incl. staart)
Voortplanting: Waarschijnlijk solitaire broeder. Mannetje en vrouwtje bouwen samen, 5 tot 6 meter boven de grond in een boomvork, een groot nest van takken en twijgen, gevoerd met plantaardige materialen. Drie of vier eieren, crèmekleurig met bruinachtige vlekken in mei/juni. Worden waarschijnlijk door het wijfje uitgebroed. Mannetje voert wijfje in deze periode. Brengen gezamenlijk de jongen groot.
Bijzonderheden: Wordt alleen, in paren of kleine groepen aangetroffen, foeragerend langs bosranden. De staart wordt daarbij hoog gehouden alsof ze hem niet vuil willen maken. Er worden 4 ondersoorten onderscheiden met geringe verschillen in kleur en grootte.