De Ekster, ten onrechte vogelvrij verklaard?

(Vertaald uit het Duits door Peter van Nies)

Een zangvogel wordt afgeschoten, vergiftigd, vermoord………..

Ekster, titelblad Geen andere vogelsoort is zo vaak onderwerp van gesprek als onze Ekster. Voortdurend is hij aanleiding voor discussies die de vogelliefhebbers verdeelt in ekstervrienden en eksterhaters. Het vermoorden van onschuldige zangvogeltjes en een “onnatuurlijke toename” zijn argumenten die steeds weer naar voren worden gebracht om de vervolging te rechtvaardigen.
De meestal door zangvogelliefhebbers en jagers aangezwengelde discussie wordt al decennia lang met dezelfde argumenten gevoerd. Jammer genoeg worden daarbij de inmiddels talrijke wetenschappelijk gefundeerde feiten over het hoofd gezien, evenals de, in vergelijking met andere predatoren, dubieuze opstelling ten opzichte van kraaiachtigen. En natuurlijk spelen ook emoties een rol wanneer men ooggetuige is van het leegroven van een zangvogelnest of het doodpikken van een jong zangvogeltje door Eksters.
Eksters behoren tot de bekendste kraaiachtigen. Sedert enkele decennia ziet men ze al in onze directe nabijheid. Daardoor kunnen we bijna dagelijks kennisnemen van het gedrag van deze elegante, zwart-witte, langstaartige vogels. Veel intensiever dan bijvoorbeeld het gedrag van de Gaai die meer verborgen in bossen leeft, de Raaf die uiterst zeldzaam is of de Zwarte kraai die we meer in buitengebieden kunnen aantreffen.

ZANG IS GEEN KWESTIE VAN SMAAK

Ekster (Pica pica)Op basis van talrijke criteria worden kraaiachtigen binnen de zoölogische systematiek tot de zangvogels gerekend, ook al zijn ze groter dan “normale” zangvogels en verdienen hun geluiden volgens veel mensen niet de kwalificatie “zang”. Wie echter de kraaiachtigen voor niet begaafde herrieschoppers uitmaakt, heeft niet goed geluisterd. Veel soorten hebben een prachtig klankenrepertoire.

Kraaiachtigen en de mens worden verbonden door een lange gemeenschappelijke traditie, want kraaiachtigen hebben al altijd van het doen en laten van de mens geprofiteerd en hebben daarom zijn nabijheid opgezocht: in vroeger jaren bij de jacht, daarna ook bij dorpen en landbouw. Vaak zorgden toevallige voedselbronnen voor negatieve associaties met kraaiachtigen: op slagvelden en bij galgenvelden was rijkelijk aas te vinden waardoor ze van “godenvogels” veranderden in “galgenvogels”. Tegenwoordig liggen langs wegen en straten kadavers van overreden dieren die door Eksters en Kraaien worden opgeruimd. Interessant voedselaanbod wordt ook gevonden bij boerderijen en andere plaatsen waar dieren worden gehouden. Ondanks, of misschien wel dankzij dit dicht bij elkaar leven, bestaan er vele hardnekkige vooroordelen. Enerzijds worden kraaiachtigen gekarakteriseerd als verstandig, eigenwijs en slim, anderzijds vindt men ze brutaal, geslepen, boosaardig en worden ze zelfs gecriminaliseerd als plunderaar, dief en moordenaar.

Open landschappen zoals agrarische cultuurlandschappen vormen een ideaal leefgebied voor Eksters. In de afgelopen 100 jaar was er sprake van een duidelijke verplaatsing: Eksters ontdekten dorpen en steden als nieuw leefgebied en “verstedelijkten” zoals veel andere diersoorten. Verstedelijkt gebied biedt vele voordelen. Ze vertonen een grotere structuurverscheidenheid dan landelijke gebieden waar een ruilverkaveling is geweest. Zo vind je er tuinen, boomgroepen, grasvelden en parken. De gemiddelde temperaturen liggen er hoger en er is minder predatiedruk. Jacht is er (in ieder geval officieel) verboden, Havik en Zwarte Kraai zijn minder aanwezig. Eksters namen dit habitat in vele Europese steden in bezit met een tig-voudige bestandstoename als gevolg. Overigens wordt de groei ook hier begrensd door de opnamecapaciteit van het betreffende leefgebied: was er in eerste instantie sprake van een forse toename, ondertussen is er op veel plaatsen al een duidelijke stagnatie of zelfs een bestandsafname te zien. En het blijkt ook niet echt een luilekkerland: in echt landelijke gebieden ligt het broedsucces nog steeds hoger.

“BEZITLOZEN” ALS STILLE BROEDRESERVE

Ekster (Pica pica)Een complex sociaal systeem verhindert dat Eksterbestanden ongeremd kunnen groeien. Populaties bestaan uit twee soorten Eksters: een kleine groep broedparen die het hele jaar door een territorium met nest- en foerageergelegenheid bezetten en verdedigen, en daarnaast een grote groep “bezitlozen”. Hierin vinden we jonge, territoriumloze en vrijgezelle vogels. Ze vormen groepen van 10 tot wel 50 exemplaren, de zogenaamde jeugdbendes. Ze kunnen 20 tot 60 procent van de plaatselijke populatie uitmaken. Ze dienen als broedreserve van waaruit onmiddellijk de plaats wordt ingenomen van een uitgevallen territoriumbezitter. Binnen de soort gelden aldus strenge beperkingen om een ongebreidelde soortuitbreiding tegen te gaan. Ook nadat er in Duitsland een beperkte bescherming van de soort werd ingevoerd, is er geen sprake geweest van een buitensporige toename.

In de winter vormen Eksters slaapgemeenschappen. Elke avond verzamelen de plaatselijke vogels zich, om gezamenlijk in bomen en/of struiken te overnachten. Tot laat in de schemering komen vogels aangevlogen, slapen onder de bescherming van het struikgewas en vliegen bij zonsopgang weer weg. Gemeenschappelijke slaapplaatsen zijn erg belangrijk: als groep is men veiliger voor vijanden, ieders sociale status kan worden bepaald, door anderen ontdekte gunstige foerageerplaatsen kunnen worden bezocht en er kan kennis worden gemaakt met potentiële partners. Slaapplaatsen met al van verre hoorbare roepende Eksters, lijken uit veel individuen te bestaan. Door hun opvallende uiterlijk en gedrag zijn we ons sowieso sneller bewust van hun aanwezigheid dan van andere soorten, die weliswaar talrijker zijn maar een meer verborgen leefwijze hebben. Ook uit het aantal eksternesten worden vaak verkeerde conclusies getrokken: in lang niet ieder nest wordt gebroed. Verloederde nesten zijn verlaten en worden door de Eksters vaak gerecycled in nieuwbouwnesten.
Eksters hebben slechts één broedsel per jaar dat in ongeveer 50% van de gevallen mislukt. Succesvolle broedparen kunnen 0,6 tot 2,5 jongen grootbrengen. Torenvalken, Boomvalken en Ransuilen die zelf geen nesten bouwen, maken graag gebruik van oude Eksternesten.

ALLESETER, MAAR MET VOORKEUREN

Ekster (Pica pica) bij nest Eksters zijn alleseters met bepaalde voorkeuren en grote regionale en seizoensgebonden verschillen. ‘s Zomers staat dierlijk voedsel op het menu. Het bestaat voor méér dan 90% uit ongewervelden, regenwormen en spinnen. ‘s Winters bestaat het menu grotendeels uit vegetarische bestanddelen zoals zaden en vruchten. Af en toe worden kleine dieren en eieren gegeten. Door de lichaamsbouw met de lange, stevige snavel en zijn lange poten is de Ekster voorbestemd om zijn voedsel op de grond te zoeken. Op vegetatie-arme terreinen, grasvelden en weiden vindt hij het gros van zijn voedsel. Daarmee leveren ze een belangrijke bijdrage aan de biologische ongediertebestrijding en de opruiming van kadavers. Eksters kiezen graag voor gemakkelijk bereikbaar voedsel dat liefst in grote hoeveelheden aanwezig moet zijn. Ze reageren flexibel op een (plotseling) groot voedselaanbod zoals composthopen, afvalbergen en kadavers. Specialisten onder hen gebruiken tijdelijk ook “speciale aanbiedingen” zoals kuikens, amfibieën en dergelijke.

EKSTERS EN ANDERE BROEDVOGELS

Ekster (Pica pica mauritanica) Eksters eten ook wel eieren en jongen van andere zangvogels. In tegenstelling tot wat vaak gevreesd wordt, eten ze er hooguit enkele en zéker niet alle. In België werd elk vierde nest geplunderd. Veel onderzoekers zijn van mening dat de inhoud van vogelnesten eerder een toevallige voedselbron is. Systematische zoektochten kosten veel tijd en moeite en leveren relatief weinig op: een handvol eieren of jonge vogels heeft niet zoveel voedingswaarde. In hun totale voedingsspectrum is het minder dan 10%. Slachtoffers zijn vooral veel voorkomende tuinvogels zoals Merels. Wetenschappelijk onderzoek in verschillende landen heeft unaniem uitgewezen, dat Eksters niet bijdragen aan de teruggang of zelfs uitroeiing van (zeldzame) zangvogels. In tegendeel: waar Eksters leven, leven ook veel andere zangvogels!
Bovendien zouden zangvogels allang uitgeroeid zijn als ze zonder meer hun nesten lieten plunderen. Eksters zorgen voor selectiedruk: zangvogels reageren daarop door hun nesten op beschuttere plaatsen te bouwen, meerdere malen per jaar te broeden. Door te zorgen voor veel nakomelingen, zijn verliezen door ziekte, predatie of slechte weersomstandigheden als het ware ingecalculeerd. Sterfte tot 80% is onder jonge zangvogels heel gewoon.
Daar staat tegenover dat in landelijke gebieden waar Eksters in toenemende mate verdwijnen, de zangvogelstand dramatisch terugloopt. In verstedelijkt gebied zijn zangvogels, ondanks de aanwezigheid van Eksters, nog steeds talrijk en men moet niet generaliseren op basis van enkele toevallige waarnemingen. De conclusie: “Ekster gezien – zangvogel is weg – Ekster is schuld” is voorbarig. Ook vossen, marters, eekhoorntjes en de talrijke loslopende katten zijn actieve predatoren: hun doen en laten vindt echter veel meer in het verborgene plaats en leidt nauwelijks tot oproepen voor bestrijding.

NIEUWSGIERIG, MAAR NIET DIEFACHTIG

Eksterjong (Pica pica)Eksters beschikken over opvallende cognitieve vaardigheden. Ze zijn intelligent, leren snel, kunnen zich aanpassen en hebben een goed bevattingsvermogen. Typisch voor kraaiachtigen is hun uitgesproken nieuwsgierigheid en hun speelsheid. Ze herkennen zelfs hun eigen spiegelbeeld. Diefachtig zijn Eksters niet, ook al laten spreekwoorden ons dat geloven. Tot nu toe is er nog nooit ook maar iets van waarde gevonden in een eksternest. De bewering zou gebaseerd kunnen zijn op het nieuwsgierige gedrag van Eksters: ze onderzoeken graag onbekende voorwerpen en als ze daarbij gestoord worden, vliegen ze er mee in hun snavel weg.
Tijdens discussies wordt al snel om “regulering” gevraagd omdat Eksters geen natuurlijke vijanden zouden hebben. De eksterpopulatie wordt echter, zoals hierboven al aangetoond, ook zonder “hulp” van de mensen door vele factoren gereguleerd.
Serieuze concurrenten zijn ook hun zwarte verwanten: Zwarte kraaien plunderen regelmatig eksternesten. Havik, marter, vos en slechte weersomstandigheden dragen eveneens bij aan een reductie van de populatie.

GROOTSTE VIJAND IS DE MENS

Vijand nummer één is en blijft echter de mens. Ondanks vele beschermingsbepalingen meent hij de eksterpopulatie te moeten reduceren met dier-onwaardige methoden. Vroeger met vergiftigde eieren of een schot hagel door het nest, tegenwoordig met afschieten of het plaatsen van vallen met lokvogels. Zo werden in Duitsland, dat graag de Zuid-Europese landen beschuldigt van zangvogelmoord, in de jaren 2007/2008 alleen al in Nordrhein-Westfalen 48042 Eksters gedood!
Regulering van kraaiachtigen raakt vragen van ethiek, filosofie en ecologie. Wie bepaalt met welk recht en op basis van welke criteria hoe groot de populatie van een bepaalde soort mag zijn? Heeft niet elke soort recht op een bepaalde (minimale) hoeveelheid bescherming? Kraaiachtigen worden in ieder geval al sinds mensenheugenis als uitzondering behandeld. Daarbij maakt het geen verschil of ze nu onder Jachtwet of Natuurbeschermingswetten vallen, vaak gelden voor hen uitzonderingsbepalingen die afschot toelaten. Naar de mening van vele wetenschappers en natuurbeschermingsorganisaties is de regulering van kraaiachtigen ecologisch onzinnig en door niets te rechtvaardigen. En wie het sociale systeem bij de Eksters kent, weet, dat afschot onmiddellijk wordt aangevuld vanuit de broedreserve….

EKSTERS BEGRIJPEN IN PLAATS VAN VERVOLGEN

Ekster (Pica pica) verstopt voedselMen hoeft niet direct eksterliefhebber te worden, maar wat meer kalmte en tolerantie bij de omgang met deze interessante vogelsoort zou wel gewenst zijn. Nieuwe inzichten zorgen voor relativering van bestaande vooroordelen en maken het ons mogelijk om Eksters en andere kraaiachtigen beter te begrijpen. Bij de Ekster hebben we te maken met intelligentie op hoog niveau en waarneming van een Ekster die een prooi grijpt behoort misschien wel tot de meest spectaculaire gebeurtenissen in onze tuin. Eksters hóren gewoon bij onze vogelwereld. Met hun toename in verstedelijkt gebied leren we de Ekster beter kennen, óók met gedrag dat we misschien maar moeilijk kunnen accepteren. Terwijl Eksters zich moeten aanpassen aan de voortdurend wijzigende omstandigheden in hun leefgebied, veroorzaakt door de mens, kunnen wij ons bezighouden met hun manier van leven en uittesten hoeveel natuur wij bereid zijn te dulden.

Het originele, Duitstalige artikel is verschenen in onderstaand tijdschrift en kunt u hier (2,7 Mb) lezen.

Vögel, Magazin für Vogelbeobachtung
Herbst 2009/04
Auteur: Stefan Bosch
Bilder: Fotonatur.de, Willi Rolfes,Dietmar Schuphan